De zes signalen
Bedwantsen laten sporen na die u kunt controleren zonder een dier te zien:
- Bultjes in een rijtje of groepje, meestal op onbedekte huid: armen, schouders, nek, benen.
- Kleine zwarte stipjes in de matrasnaad, achter het hoofdbord, in de lattenbodem of langs de plint.
- Kleine bloedvlekjes op het laken.
- Doorzichtige vervellingshuidjes in naden en kieren.
- Een zoetige, muffe geur in een kamer met een zware aantasting.
- De dieren zelf: vijf millimeter, plat en roodbruin, na een maaltijd bol en donker.
Hoe ze binnenkomen
Bedwantsen reizen mee. In een koffer na een hotelovernachting, in een tweedehands bank of matras, in verhuisdozen, en in appartementen ook via naden en leidingen van de buren. Met schoonmaken heeft het niets te maken, met een rommelige kamer alleen in zoverre dat er meer schuilplekken zijn.
Waarom zelf sprayen het probleem vergroot
Een middel uit de bouwmarkt doodt wat u raakt en verjaagt de rest. Bedwantsen trekken zich dan dieper terug of verhuizen naar de kamer ernaast, bij appartementen zelfs naar de buren. Wat begon als een besmetting rond één bed wordt daarmee een probleem in de hele woning, en een professionele behandeling wordt daarna langer en duurder.
Hoe een goede behandeling eruitziet
Een serieuze aanpak bestaat uit een inspectie waarbij de omvang wordt bepaald, een voorbereiding door de bewoner (textiel op zestig graden wassen of veertig graden plus een uur drogen, daarna in gesloten zakken), een behandeling met warmte of stoom in combinatie met gerichte middelen, en een tweede ronde na tien tot veertien dagen tegen de dieren die intussen uit de eitjes zijn gekomen.
Wie u één behandeling verkoopt en daarna niet terugkomt voor controle, verkoopt u een halve oplossing.
